De Academie van Bouwkunst in Amsterdam is gehuisvest in een ensemble van rijksmonumentale gebouwen aan het Waterlooplein. Het complex bestaat uit de voormalige turfpakhuizen, het Arsenaal (1610, Hendrick de Keyser), het Oudezijds Huiszittenhuis (1656, Hendrik Jacobusz. Staets) en twee woonhuizen (1776, J.E. de Witte). Oorspronkelijk was het een ‘aalmoesseniershuis’, waar turf, voedsel en uiteindelijk zelfs een doodskist werden uitgedeeld aan arme burgers van de stad. Sinds 1946 is de Academie hier gevestigd.
Na een grote verbouwing door Claus en Kaan Architecten in 2008 werden de pakhuizen efficiënter gebruikt voor leslokalen en het Huiszittenhuis voor representatieve functies, het secretariaat en lezingen. Over een periode van meerdere jaren is HOH Architecten gevraagd een serie interventies in het interieur uit te voeren, waaronder de verbouwing van de twee woonhuizen, ‘De Huisjes’, tot werkplekken voor de hoofden van de opleidingen en het lectoraat.
Met iedere interventie is geprobeerd op de juiste plek dát te doen (of te laten) wat voor het historische pand de minste impact en voor het toekomstig gebruik het meeste effect heeft: een vorm van architectonische acupunctuur. Naast deze bescheiden aanpak zijn de ingrepen ook nadrukkelijk ambitieus: ze tonen in de architectuur de ontwerpkracht die de Academie haar studenten wil meegeven en belichamen de thematiek en ontwerpmiddelen van het lectoraat ‘Tabula Scripta’ en de daaruit volgende publicatie Rewriting Architecture.
De eerste ingreep was een nieuwe entree. Een grote schuifpui in ‘Grachten-groen’ aan de buitenkant en ‘Academie-wit’ aan de binnenkant geeft ruimte aan een royale entree, noodzakelijk voor studenten die met grote maquettes naar binnen komen. Bij iedere opening vallen het logo van de Academie, met twee over elkaar schuivende cirkels, en het huisnummer op de schuifdeur samen.
In de ontvangstzone van de Academie is een vitrinekast ontworpen voor het werk van studenten. Voor de staanders zijn oude deuren hergebruikt die bewaard waren na een verbouwing van de Reinwardt Academie, de erfgoedopleiding en collega-faculteit van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Op de eerste deur die werd geoogst, stond in grote letters ‘NOOD DEUR’. Het kleine meubel wordt zo onverwacht verbonden met de grote transitie die de Academie met haar curriculum voor ogen heeft: een duurzamere manier van bouwen en ontwerpen.
Onder de open glazen trap in het voormalige Arsenaal, de eyecatcher van de verbouwing door Claus en Kaan Architecten, is een meubel voor opslag geplaatst. De multifunctionele kast is aan één zijde bekleed met spiegelend roestvast staal en volgt het tegelpatroon van de vloer. De transparantie en zichtrelaties door de trap blijven behouden en worden tegelijkertijd verdubbeld, waardoor bestaand en nieuw visueel samensmelten.
De grootste ingreep betrof de transformatie van ‘De Huisjes’, twee van oorsprong symmetrische woonhuizen die in 1776 aan de achterzijde van het complex werden toegevoegd. Bij aanvang van de opdracht waren ze in gebruik als opslagruimte. Na een verbouwing in 1957 waren de twee huisjes samengevoegd en was de woningscheidende wand grotendeels verwijderd. Het terugbrengen van de oorspronkelijke symmetrie en het leesbaar maken van de (ver)bouwgeschiedenis vormden het uitgangspunt. De plek van de woningscheidende wand werd als een zwart vlak op wand, vloer en plafond gemarkeerd, als een tekening in de ruimte. De oorspronkelijke scheiding wordt door deze virtuele wand versterkt in het spiegelsymmetrische interieur. Daarmee kreeg ook de naam ‘De Huisjes’ opnieuw betekenis.
Een wand tussen de vroegere keuken en woonkamer werd teruggeplaatst. Omdat het gebruik een permanente zichtrelatie voorschrijft, is deze bekleed met een open stof in plaats van een dicht plaatmateriaal. Door de beperkte omvang van de huisjes – slechts 2,5 meter diep en 7,5 meter breed – was voor ieder meubel maatwerk noodzakelijk. Opbergkasten zijn over de gehele lengte van de gesloten achterwand geplaatst, waardoor het daglicht maximaal wordt benut en de voorruimte vrij blijft voor werkplekken.
Ook de verborgen geschiedenis van het gebouw is onderdeel van het ontwerp. Aan weerszijden van de oorspronkelijke woningscheidende wand zaten twee luiken waarachter trappen naar een ongebruikte kelder verborgen waren. Door de dichte luiken te vervangen door glazen luiken wordt een kijkje in het verleden gegeven en wordt tegelijkertijd de oorspronkelijke symmetrie van de huisjes opnieuw zichtbaar.
Locatie: Amsterdam
Opdrachtgever: Academie van Bouwkunst Amsterdam
Programma: Flexibele werkplekken, Vergaderruimten, Entree, Opslag, Vitrinekast
Team: Jarrik Ouburg, Carsten Hilgendorf, Pedro Magalhaes
Aannemer: Altim Bouwbedrijf
Interieur elementen: Verdam
Electra: Deene Elektrotechniek
Meubilering: Erkamp
Glazen vloer: Mview+
Licht adviseur: 50 LUX
Transparante wand: Showtex
Fotografie: Max Hart Nibbrig, HOH Architecten

























